renners

De man met de hamer.

Laten we beginnen bij het begin. ‘De man met de hamer’ is een begrip dat vooral gekend is in het wielrennen, maar in elke duursport voorkomen. Op een gegeven moment kan je lichaam niet meer de intensiteit (in tempo, vermogen,…) als voorheen. Je wilt wel, maar het lichaam protesteert en zeker bij intensieve inspanningen.


Simpel as it is, we hebben 3 macronutriënten (Koolhydraten, vetten en eiwitten) waarvan 2 energieleveranciers (Koolhydraten en vetten).

Van die laatste hebben we genoeg. Zelfs een afgetrainde atleet met een enorm laag vetpercentage heeft genoeg vetten opgeslagen in zijn lichaam om enkele dagen te overleven.

Koolhydraten, echter, hebben we niet in overvloed. In fact, we kunnen zo’n 1200kcal (300gram) aan koolhydraten opslaan in het lichaam.

De man met de hamer komt wanneer de intensiteit van de inspanning te hoog ligt en de brandstof voor deze intensiteit niet meer voor handen is. De koolhydraten dus.

Maar, we hebben toch vetten nog om op verder te gaan?
Klopt en net dat is het bekende fenomeen. Als de KHD opgebruikt zijn, kiest het lichaam voor de eerstvolgende brandstof voor handen: de vetten.

So, what’s the problem?
Het ‘probleem’ zit in volgende. Zowel vetten als KHD zijn brandstoffen, maar zijn niet even snel aanspreekbaar. Er gaat veel meer energie verloren aan de synthese van vetten naar mechanische arbeid (het bovenbeen dat moet samentrekken en kracht leveren tijdens het lopen, fietsen,..) dan bij KHD.

Waarom denk je dat je eerder naar een glas cola (niet dat ik het aanmoedig) grijpt dan - laten we zeggen- een handvol noten, wanneer je een dipje hebt?

Hoe vermijden we deze situatie in wedstrijden of lange trainingen? Vooral met de lange afstandsatleten (wedstrijden/trainingen die langer duren dan 1u15 aan hoge intensiteit), bespreek ik welke voeding er tijdens de wedstrijddag of lange training moet opgenomen worden om deze succes en kwaliteitsvol af te werken.

0 0
Feed