Jogger

Voeding op een zware trainingsdag of wedstrijddag. Hoe zit dat?

Meten is weten. Des te meer info ik krijg van mijn atleet uit zijn training des te nauwkeuriger kan ik hun energieverbruik (en dus ook opname) voor optimale prestaties bepalen.


Uit de vorige blog heb je al kunnen begrijpen dat er 2 brandstoffen zijn. KHD en vetten, de ene uitputbaar indien je ze niet aanvult, de andere vrijwel onuitputbaar.


Je hebt ook al kunnen leren dat vetten meer energie vragen om als brandstof aangesproken te worden dan KHD.


Nu moet je begrijpen dat het lichaam aan lage intensiteit energie haalt uit beiden. Afhankelijk van je getraindheid kan de verdeling van energieverbruik er als volgt uitzien* (zie bijlage)
*Dit is een voorbeeld en niet als volledige waarheid te nemen. Echter blijft het een goede richtlijn. D.m.v spirometrietesten kan dit exact vastgelegd worden.


Ik ga kort van deze tabel gebruik maken om volgende mythe uit de wereld helpen: ‘als je wilt afvallen moet je aan lage intensiteit sporten want dan verbruik je meer vetten.’ Procentueel klopt deze bewering als een bus.

Maar…
Laten we wandelen als voorbeeld nemen als activiteit met een lage intensiteit en fietsen als matige intensiteit. Het gemiddeld verbruik per uur stijgt in Kcal ook naarmate de intensiteit toeneemt. We nemen dus aan dat één uur wandelen ongeveer 300Kcal verbruikt (waarbij 150kcal uit vet en 150 kcal uit KHD) en één uur fietsen ongeveer 500 Kcal verbruikt (waarbij 150 kcal uit vet en 350 kcal uit KHD).

De hoeveelheid Kcal uit vetten is gelijk in beide intensiteiten – echter – als je wilt afslanken, tracht je het caloriedeficit zo hoog mogelijk te leggen. En dan komen we uit bij de sport aan matige intensiteit.


Nu, dat gezegd zijnde.. Hoe bepaal ik de calorieopname voor mijn atleten (ja, ook mensen die aan hun gezondheid werken, zijn atleten voor mij.. )


Op de fiets is dit heel makkelijk sinds de komst van de powermeter. Kracht leveren (Wattage) kost een bepaalde hoeveelheid energie. Die energie is uitgedrukt in kilojoule. Heel kort: 1Kcal= 4.2kilojoule. Maar in het chemische proces dat uiteindelijk leidt tot spierarbeid gaat ongeveer 1/4e van de energie verloren. Daarom is in dit geval 1kcal = 1 kilojoule.


Als ik het volume (duurtijd*intensiteit) ken van de rit of wedstrijd van mijn atleet – kan ik berekenen hoeveel Kcal hij of zij zal verbruiken tijdens deze periode. Als we dan bepalen hoe intensief de inspanning* is voor het lichaam van mijn atleet, kunnen we ook de juiste keuze maken in hoeveel KHD hij/ zij zal moeten opnemen op wedstrijddag.


*Bovenstaand kader is niet uitgebreid genoeg om dit te bepalen voor een duursporter en fungeert louter als voorbeeld.

0 0
Feed